|
Informatie:
FMTV DX |
TV DX`en, hoe begin je
daarmee, en een terugblik! | 1985 -2010
|
1) Een artikel uit
Break Break : TV DX`en, hoe begin je
daarmee, december 1981
2) Een artikel uit
Break Break : De wonderbare wereld van radio en
televisie, december
1981 |
TV DX`en, hoe begin je
daarmee, december 1981
1 |
Twee letters uit ons
fraaie alfabet keren regelmatig terug in
Break-Break. Het zijn de vierde en de
vierentwintigste, die er achter elkaar
geschreven zo uitzien: DX. In combinatie
betekenen die D en die X veel meer dan zo maar
twee achter elkaar genoteerde lettertjes. DXïng
(uit het Engels overgewaaid trouwens) wil zeggen
het zoeken naar onbekende zenders die je
'normaal' niet behoort te ontvangen.
|
De D
staat dan voor distance (afstand) en de X is in vele
talen de aanduiding voor het onbekende. De elektronica
stelt ons in staat op verschillende terreinen te DX'en.
Het kan met de bak op de 27 MC, het kan op de korte golf
met een wereldontvanger en het is mogelijk met een
tv-toestel. Televisie DX'ers zoeken naar (test) beelden
die nou juist niet vallen onder het gebruikelijke rijtje
Nederland I en II, Duitsland I, II en III en België
Vlaams I en II. In Break-Break heeft al een eens artikel
gestaan over de resultaten die het zoeken naar '
Vreemde' tv-beeldenkan opleveren.v Vandaar dat dit
relaas wat dieper wil ingaan op de vraag: Hoe pak je dat
aan en hoe zou je er eventueel zelf mee kunnen beginnen
?
Een TV-DX'er die al heel wat vreemde plaatjes op zijn
beeldbuis heeft getoverd, is Remmert van den Berg uit
Beuningen bij Nijmegen. Hij doet een en ander over zijn
hobby uit de doeken: 'Het gebeurt weleens, dat tijdens
een tv-uitzending de omroepster ineens zegt dat de
ontvangst gestoord kan worden door atmosferische om-
standigheden. Die storingen uiten zich dan als strepen
of visgraten in het beeld' .
'Kijkers met een eigen antenne zullen, als ze alle
kanalen afdraaien, merken dat er dan veel meer zenders
ontvangen kunnen worden dan normaal. We zeggen dan dat
er goede condities zijn Wat verstaan we daaronder?'
Condities
'Het normale bereik van tv-zenders in het VHF-UHF-gebied
is circa 60 tot 100 kilometer, afhankelijk van het
zendvermogen en de hoogte van zowel zend als
ontvangstantenne. De golven planten zich rechtlijnig
voort en verdwijnen dus achter de horizon in het niets.
Maar dat 'niets' is helemaal niet 'niets'. Om de aarde
bevinden zich verschillende lagen, die je als volgt kunt
indelen:
   |
|
Troposfeer
|
: |
0- 10 kilometer hoogte |
|
D-Iaag
|
: |
ca 50 kilometer hoogte |
|
E-Iaag
|
: |
ca 130 kilometer hoogte |
|
F1-laag
|
: |
ca 300 kilometer hoogte |
|
F2-laag
|
: |
ca 400 kilometer hoogte |
|
Aurora
|
: |
ca 1000 kilometer hoogte
|
Die lagen spelen een
grote rol bij de ontvangst van veraf gelegen tv zenders,
en met name de E-Laag en de troposfeer`.
'Eerst even de
troposfeer. Sterke temperatuurswisselingen kunnen een
goede geleiding van UHF-frequenties bewerkstelligen. Er
vormt zich dan een soort tunnel waarin de golven zich
kunnen voortplanten.
De temperatuurschommelingen treden vaak op als tijdens
een periode met een stabiel hogedruk-gebied de zon
overdag voor flinke verwarming zorgt en 's avonds door
snelle afkoeling een zogenaamde 'inversielaag' wordt
gevormd. Vooral aan de randen van het hogedruk-gebied
kunnen bijzonder lange tunnels ontstaan'. 'Favoriete
frequenties voor propagatie via de troposfeer zijn vanaf
100 MHz; de afstand die overbrugd kan worden varieert
van 300 tot 1500 kilometer. En de kwaliteit van de
beelden is vaak prima'.
'Dan de E-Iaag. Om die te gebruiken is een speciale
toestand van belang, de 'sporadische E'. Over het
ontstaan ervan is nog weinig bekend, maar het
verschijnsel treedt vooral 's zomers op in juni tot en
met augustus.Hier loopt de favoriete frequentie tussen
30 en 200 MHz., met de aantekening dat boven 70 MHz. de
'sporadische E' lang niet zo vaak voorkomt als tussen 30
en 70 MHz. De bereikbare afstand is 2500 kilometer. Het
signaal is vaak sterk en niet of nauwelijks vervormd'.
'Ook ontvangst via de F2-laag is mogelijk. Hierbij
kunnen zeer grote afstanden overbrugd worden (4000
kilometer) maar de signalen zijn sterk vervormd en
meestal nauwelijks te herkennen. De activiteiten van de
F2-laag is sterk afhankelijk van het aantal
zonnevlekken. Ook' Aurora' levert zeer vervormde en dus
onherkenbare plaatjes op',
'Ten slotte is het nog mogelijk om via 'Meteorscatter'
TV-DX te bedrijven, Maar dat laten we maar even buiten
beschouwing, want het is werk voor doorgewinterde DX'ers',
Vervolgens gaat Remmert in op de normen: 'Er zijn in de
loop van de tijd diverse methoden ontwikkeld om het
tv-signaal uit te zenden, en vooral in de HF-banden kom
je diverse soorten modulatie tegen. Ook de gebruikte
frequenties en de kanaalscheiding zijn niet overal
eender. Wie het naadje van de kous wil weten, kan het
beste in het World Radio Television Handbook kijken,
waarin voor elk land de gebruikte zenders vermeld
worden, en volgens welke norm de uitzending
plaatsvindt', 'Van de meeste landen kun je wel het beeld
ontvangen, omdat er minder beeldnormen bestaan als
geruidsnor men. Alleen in Frankrijk worden nog normen
gebruikt, die van onze norm zoveel afwijken dat er geen
erkenbaar beeld uitrolt'.
Antennes
Dan het antenneprobleem. Want reken er maar op, dat de
resultaten voor een groot deel afhankelijk zijn van de
gebruikte antennes. Niet zozeer de hoogte (het is al
voldoende als dé antenne vrij boven de omgeving
uitsteekt) als wel de horizontale openings hoek, juiste
aanpassing envoidoende bandbreedte zijn van belang.
Voor de UHF-band zijn diverse antennes te koop, bij
voorbeeld de Fuba XC 391, die in een A, B, C, en D
uitvoering over de toonbank gaat, gepiekt voor een
bepaald gedeelte van de UHF band. Voor band III is er de
Hirschmann Fesa F12, die een goede versterking geeft' .
'Voor band I wordt het wat moeilijker; een drie elements
antenne voor kanaal 4 is al redelijk bruikbaar, maar
hier zul je toch zelf iets moeten knutselen, vooralom in
de lagere kanalen (2 en 3) een goed resultaat te
krijgen. Hetzelfde verhaal gaat op voor de kanalen A3 en
A4, die in Oosteuropese landen worden gebruikt en
waarvoor hier dus geen antennes te koop zijn'.
'Een mast is erg belangrijk. Hoe meer antennes je eraan
vast wilt schroeven, hoe steviger de pijp moet zijn. Ga
eens praten met een professioneel antenne bedrijf, dat
ook inlichtingen kan geven over de toe te passen rotor.
Stations - indentificatie
'Vervolgens de stations-identificatie. Als je een
tijdje met TV-DX'ing bezig bent, dan blijk je al snel
allerlei beelden te ontvangen waarvan het erg moeilijk
is vast te stellen, waar ze vandaan ko men. Onmisbaar is
een foto-camera om ie vast te leggen, die liefst op een
statief moet staan in een vaste opstelling. Je kunt dan
meteen knippen als er iets interessants te zien is, want
als je nog naar de camera op zoek moet is het vaak te
laat'.
'Voor de mensen die willen beginnen met TV-DX'ing raad
ik het volgende aan', vertelt Hepke bij wijze van per-
soonlijke tip. 'Hou in de zomermaanden de kanalen 2,3 en
4 goed in de gaten. Via de sporadische E-Iaag zijn dan
prima resultaten te boeken. Met eenvoudige
twee-elements-antenne kun je in één zomer diverse landen
in Europa bezichtigen. Je doet dan meteen ervaring op
met de identificatie van plaatjes en je kunt dan steeds
een stapje verder gaan'.
Bron: Break Break december 1981
De wonderbare wereld van radio
en televisie, december 1981
2 |
De Wondere wereld van Radio en
Televisie
|
DX-en
is niet gebonden aan een bepaald
frequentiegebied.
Van lange-, midden- en korte golven weet U als lezer van
Break-Break al iets door het lezen van artikeltjes uit
deze rubriek. Wellicht hebt U, aangestoken door de
DX-bacil, ook al het één en ander ondernomen met
bijvoorbeeld Uw draagbare radio. Heus dit apparaat kan
ook Uw nieuwsgierigheid bevredigen buiten de weekenden
en vacanties. Maar er is nog méér en dan vooral in de
zomermaanden: FM en TV DX.
Lange
afstand ontvangst
Nu zult u misschien, zonder er een reden voor te
kunnen opgeven, zeggen: ik ontvang alleen de meest
nabijgelegen zenders voor mijn hifi installatie of voor
mijn televisietoestel op mijn eigen eenvoudige antenne.
In normale gevallen is dat heel logisch, maar er zijn
uitzonderingen. In bijzondere omstandigheden kunnen FM
en TV-signalen namelijk over enorme afstanden hoorbaar
worden. Van voordeel is hier dan een goede
antenne-installatie. Een centraal-antennesysteem is over
het algemeen voor dx-vèrkeer onbruikbaar. Mensen die
zich speciaal toeleggen op het bekijken of beluisteren
van verre stations, hebben vaak een draaibare antenne
installatie.
Wanneer DX-en?
Voor zenders, die werken op
frequenties
boven 30 à 40 MHz gelden andere voortplantings-regels
als voor lagere frekwenties. De vuistregel is: de
ontvangst antenne moet de zendantenne kunnen 'zien'. In
de praktijk zijn de zenders dermate sterk dat ze in een
bepaald gebied een storingvrije ontvangst mogelijk maken
tot maximaal in een straal van ongeveer 100 km.
Uitzonderingen bevestigen de regel en hier moet de FM/TV
DXer het van hebben. Opvallend is dat voor deze
frequentie
beste kansen liggen in de zomermaanden, dus NU, met het
accent op de daglicht uren.
Zodra er een hogedrukgebied in of nabij ons land
aanwezig is, moet U 'waakzaam' worden. Er zijn ook nog
andere tekenen, zoals het doorkomen van buitenlandse FM
programma's op bijvoorbeeld Uw autoradio. Een ander
verschijnsel is de 'storing' op het TV beeld, in de vorm
van een visgraat of strepen. Dan is het moment voor
DXen aangebroken en zal het draaien aan de afstemknop
of kanalenkiezer andere geluiden of beelden voortoveren
dan gebruikelijk.
Met het op een rijtje zetten van de 'vangsten' zult U
een bepaalde lijn ontdekken, t.w. de korte of de lange
DX. Korte DX betreft de ontvangst uit de omliggende
landen, terwijl de lange DX juist deze landen overslaat
en ontvangst met een afstand van bijvoorbeeld 500 km
of meer toelaat. De oorzaak hiervoor moet voornamelijk
in de verschillende luchtlagen gezocht worden, die
telkens het signaal op een andere manier en op
verschillende hoogten reflecteren, als een soort spiegel
boven de aarde.
Korte DX
Korte DX wordt veroorzaakt door een abnormale buiging in
de onderste lagen van de atmosfeer, waarbij wij mooi
weer hebben als gevolg van hogedruk gebieden in de
zomer. In voor- en na-jaar gaat hier vaak mist aan
vooraf. Met deze weerscOfitfi-tiejs .... het mogelijk
zenders tot afstanden van 5 à 800 km te ontvangen voor
kortere of langere tijd. Dit kan verschillen tussen een
paar minuten tot soms enkele uren, waarbij de ene
frekwentie anders reageert als de andere.
Lange DX
Lange DX wordt veroorzaakt door de sporadische
E-Iaag in de atmosfeer, die op een bepaald moment een
ior sferische reflectie veroorzaakt. Dit heeft niets met
het weer op aarde te maken. Het verschijnsel komt vooral
voor in band 1 (TV kanalen 2-4) en soms zelfs in band 2
(FM omroep), waarbij afstanden tot ongeveer 3000 km
overbrugd worden.
Herkenning
Eén van de grootste problemen bij de ontvangst van
buitenlandse programma's is de identificatie. Daarom
zult u vooral moeten letten op aankondiging of beelden
aan het begin of·het einde van het programma. Dit valt
vaak samen met de hele of halve uren, waarbij vaak de
omroep of een plaatsnaam genoemd of getoond wordt. Wie
regelmatig op de kortegolf luistert, heeft een streepje
voor bij het thuisbrengen van een bepaalde taal. Toch
is de vergissing gauw gemaakt en daarom is de steun van
een band- of cassetterecorder onontbeerlijk bij DXen.
Dit geeft de mogelijkheid om de betreffende aankondiging
meerdere malen af te luisteren. Er zijn zelfs fanatieke
DX-ers met als nevenhobby het z.g. geluidsjagen in de
vorm van het verzamelen van pauze signalen met de
bijbehorende aankondigingen. De TV DX-er gaat vaak nog
verder door ook testbeelden, maar ook uit programma's
bijv. de omroepster, op de foto of video vast te leggen.
Dit 'bewijsmateriaal' kan gebruikt worden om een
ontvangstbevestiging (QSL-kaart) van een bepaalde omroep
los te peuteren!
Systemen bij FM
 |
In onze verdeelde wereld kom je overal
normverschillen tegen en daar kunt u problemen
mee krijgen. Om te beginnen de FM DX als
voorbeeld. In Zuid-, West- en Noord Europa en
Oost Duitsland loopt de normale FM band van
87,5 - 100 MHz. Er zijn al vergevorderde plannen
om de grens naar 104 MHz te verleggen, doch
landen als Engeland en Frankrijk hebben hier in
het verleden geen rekening mee gehouden, zodat
in dit gedeelte mobilofoondiensten werken met
o.a. de politie. Nu wil men deze verouderde
apparatuur niet direct vervangen door nieuwere,
met een werkbereik op hogere
frequenties.
In West Europees verband betekende dit het
ontzien van deze
frequenties
door de omliggende landen. Zodra er
omroepzenders in gebruik worden genomen, moeten
de antennes de energiebundel landinwaarts
richten. Zodra het gedeelte tussen 100 en 104
MHz vrijgegeven kan worden, zullen er spoedig
weer een aantal nieuwe omroepzenders
verschijnen. Zo heeft de Deutschlandfunk uit
Keulen al kant en klare plannen voor een nieuw
netwerk.
|
|
In Oost Europa, de z.g. Oostbloklanden hebben
een afwijkende FM band en wel tussen 63 en 73
MHz. Dit valt grotendeels samen met ons TV
kanaal 4. DX ontvangst in Westelijk Nederland is
dan ook een probleem, zodra de Lopikse
Nederland 1 zender in de lucht is. Alhoewel de
FM omroepband wereldwijd van 88 - 108 MHz
beschikbaar zou moeten komen, zijn er nog meer
uitzonderingen. Zo wordt in Japan tussen 80 en
90 MHz omroep bedreven, maar het voert te ver om
nog meer variaties te noemen, want dat kunnen we
hier toch niet ontvangen
TV-systemen
De norm problemen bij de televisie zijn nog
veel groter. Als we er eens het World Radio and
Television Handbook 1980 (het telefoonboek van
de DX-er) op naslaan, dan komen we al 14
verschillende systemen tegen! Soms zijn de
verschillen klein, maar net genoeg om beeld of
geluid geheel of gedeeltelijk te laten
wegvallen. Een extreem voorbeeld in het aantal
beeldlijnen waaruit ons 'plaatje' is opgebouwd,
is terug te vinden bij de oude Engelse (405) en
Franse (819) norm. De onderlinge afstand tussen
beeld en geluid kan verschillen, zodat enkel
beeld of geluid goed te ontvangen zijn op uw
toestel. Dan kennen we voor het beeld ook nog
positieve en negatieve modulatie. Dit geeft dan
hetzelfde effect als foto en fotonegatief
waarbij alles wat wit is zwart wordt en
omgekeerd. Het geluidssignaal is FM gemoduleerd
zodat die kwaliteit aan behoorlijke normen
voldoet. Toch zijn er nog een aantal TV normen
met AM geluid, zoals wij dit van bijv. de
middengolf ontvangst kennen.
Frequentiegebieden |
 |
|
Voor de FM- en TV DX-er zijn de volgende banden
van belang:
VHF = very high frequency |
Band I
|
= |
TV kanalen 2 - 4, globaal tussen 40 en
70 MHz. |
| |
Band 2
|
= |
FM (stereo) Omroep, 87,5 -104 MHz. |
| |
Band 3
|
= |
TV kanalen 5 -12,175-230 MHz.
|
UHF = Ultra high frequency
|
Band 4
|
= |
TV kanalen.
Dit is boven 300 MHz. Deze twee banden
lopen bij kanaal 39 in elkaar
over. |
| |
Band 5 |
= |
TV kanalen
21 - 70, 470 - 860 MHz. |
Voor de TV DX-ers is er nog een kanaal van
belang: kanaal 17. Dit zult u in geen enkel
programmablad terug vinden, omdat hierop
uitsluitend zendamateurs met een speciale
vergunning van de PTT proeven mogen doen met
beeld en geluid. Kanaal 17 valt in een
amateurband in de buurt van TV Band IV. Door het
aantal TV kanalen (ongeveer 5112 MHz breed)
terug te rekenen vanaf kanaal 21 kwam men op het
kanaalnummer 17 uit.
Vanwege de grote onderlinge frequenties
verschillen, hebt u voor elke band een aparte
antenne nodig voor goede ontvangst. Voor de
bijpassende foto's, zo van het TV scherm af
genomen, heeft een ervaren DX-er gezorgd, die
over een vrij opgestelde mast met draaibare
antennes kan beschikken. De foto's in dit
artikel zijn beschikbaar gesteld door Rijn
Muntjewerff, die zich speciaal toelegt op TV-DX.
Bron: Break Break december 1981
|
|